naar Home
Onze geschiedenis

Onze geschiedenis

Omdat onze jachtwerf al meer dan 125 jaar bestaat leek het ons een goed idee om ook iets over het ontstaan en de historie van de werf te vertellen. Daarom vind je hieronder een uitgebreide geschiedenis.

De werf

De oprichtingsdatum van deze werf is niet precies bekend. Een steen in het hellingshuis vermeldt: C.J. Barkmeyer 15 mei 1889. Daarna eigendom van gebr. van der Werf, later Fekkes, en in 1962 gekocht door de firma van der Meulen.
tekening van de werf Mooie tekening van de werf.
De Van der Meulens die zich met de scheepsbouw bezighielden, zijn:
  • Douwe Jelles (1768-1808)
  • Tjeerd Douwes (1804-1867)
  • Hendrik Tjeerd (1836-1901)
  • Johannes Hendriks (1872-1958)
  • Tjeerd (1908- 1994)
  • Johannes (geboren 9 september 1936-2008)
  • Henk (geboren 20 september 1966)

Tjeerd Douwes

De eerste uit de rij, Tjeerd Douwes, oefende het aloude specifiek Friese vak van 'skûtmakker' uit.

Aan een historisch overzicht ontleen ik het volgende:
"Voor de uitoefening van dit ambacht beschikte hij over een houten praam, waarin hij naast zijn scheepmakersgereedschap en materiaal een lange en zware houten goot en drie- of vierschijfstakel met lange sleepdraad vervoerde."

Met deze praam reisde Tjeerd de skûtmakker zeilend, jagend of bomend zijn boerenrelaties af. Bij een boerderij waar een karwei voorhanden was, legde Tjeerd zijn praam langs de oever. Met vereende krachten van skûtmakker en boerenknechts werd de zware goot gelost en stevig dwars op het vaarwater opgesteld. Vervolgens werd met behulp van sleepdraad en kabel het vaartuig ter reparatie op de hellinggoot gesleept.
boot met mensen die proefzeilen Proefzeilen met de herboren 'bever', Vader Tjeerd houdt het roer, zoon Henk houd de grootschoot (1963)
Deze wat omslachtig lijkende werkwijze was duidelijk aangepast aan de toenmalige gang van zaken. De boer kon zijn veelal enige grote praam moeilijk missen. Zijn gehele bedrijfsvoering ging immers over het water: vee, melk, kaas, hooi, mest en spoeling. Zo hoefden de (boeren)-klanten hun bedrijfsvaartuigen slechts hoogstens twee dagen te missen.
Tjeerd aan het pekken Tjeerd tot op hoge leeftijd nog werkzaam op 'De helling', hier bezig met pekken.

Skûtmakker

De reizende skûtmakker moet in Friesland een oud en welbekend beroep zijn geweest. De zoon Hendrik Tjeerd werd hellingbaas op de Skûtmakkerspolle bij Terkaple, welke helling hij omstreeks het jaar 1900 verwisselde voor de helling in Broek bij Joure. Toen hij in 1901 overleed, volgde zijn zoon Johannes hem daar op.
tewaterlating Tewaterlating door Tjeerd en zoon Johannes van een van de kleinste schouwtjes (2,50 meter).

Verhuizingen

In 1940 vond wederom een verhuizing plaats, ditmaal naar de beroemde werf op de Jouwer, waar eens Eeltje Holtrop van der Zee en zijn zoon Auke hun prachtige jachten en boeiers hadden gebouwd. Behalve met nieuwbouw van vrijheidsjachten en zestienkwadraten hield Johannes zich vooral ook bezig met restauraties van ronde en platbodemjachten, zulks samen met twee zonen, Tjeerd en Johan, en de zoon van Tjeerd, Johannes, die in 1950 in het bedrijf kwam en tot 1991 aan het hoofd stond.

Een paar vermeldenswaardige restauraties zijn die van de boeier Bever, de boeier Maartje en de Wieringer bol Eudia. Verhuizen zit de Van der Meulens kennelijk in het bloed, want in 1963 vertrokken ze naar de huidige werf in Sneek. Daar was meer ruimte voor het bedrijf, met grote loodsen, een jachthaven, een langscheepshelling, een dwarsscheepshelling en twee schiphuizen. Uit die tijd dateert ook de regelmatige deelname aan de HISWA-tentoonstelling in Amsterdam, voor de eerste maal in 1962.
De HISWA, vele boten HISWA 1964 altijd in Fries kostuum op de stand.

Bouwprogramma

Het bouwprogramma van de werf omvat natuurlijk meer dan alleen dat van de 7.50 meter kajuitschouw: open schouwen, kajuitschouwen van 6 tot 8 meter, zeeschouwen van 8 tot 9 meter (ook in vissermanuitvoering), Staverse jollen van 7.50 meter en niet te vergeten de restauraties.
Aukje Eeltje H.K.H. Prinses Beatrix bezichtigt het door Tsjeardbaes gerestaureerde friese jacht 'Auke Eeltje'(1956)

Orde van Oranje Nassau

Na een halve eeuw werkzaam te zijn geweest in de scheepsbouw kreeg Tjeerd v.d. Meulen in 1970 De Orde van Oranje Nassau-Eremedaille in goud uitgereikt.
Medaille Oranje Nassau-Eremedaille

Frisse wind

De nieuwbouw en de reparatie staan sedert 1991 onder leiding van de derde zoon, Henk, de enige van de zoons die het bedrijf wil voortzetten. Hij is daarmee de zevende generatie van een botenbouwersfamilie die haar geschiedenis begint in de negentiende eeuw en in het jaar 2000 z'n 120-jarig bestaan heeft gevierd. Vanaf 1991 zijn ook de restauraties van de grotere schepen begonnen, werd de accommodatie aangepast en zijn de grote loodsen aangepast aan deze schepen. Dit resulteerde in het aantrekken van grote restauratieklussen die, in tegenstelling tot vroeger, in verwarmde loodsen kunnen worden uitgevoerd. Gerestaureerd worden o.a.: Botters, Aken en voornamelijk Hoogaarzen. Van de nu rondvarende Hoogaarzen zijn een groot gedeelte bij Van der Meulen op de werf gerestaureerd.
Boeier Vrouwe Maria Boeier VROUWE MARIA
Tewaterlating na totale restauratie; verlenging tot 7 meter en roefopbouw. Mei 1969. NB het hellinghuis is nog in oorspronkelijke staat.
naar boven
Print pagina naar home